In een gebiedsproces, zoals die van Zuid-Kennemerland, gaan overheden, ondernemers, maatschappelijke organisaties en bewoners met elkaar op zoek naar een aanpak om de vraagstukken voor natuur, stikstof, water en klimaat in samenhang op te pakken. Per thema wordt bekeken wat de mogelijkheden zijn.
De duinen en de binnenduinrand in Zuid-Kennemerland zijn bijzonder. Maar om het te versterken en te behouden is actie nodig. Daarom is het gebiedsproces gestart. Per thema wordt bekeken wat de mogelijkheden zijn voor een duurzaam watersysteem, een goed toekomstperspectief voor ondernemers, gezonde natuur, een mooi landschap én aan ruimte voor recreatie. Doel van het gebiedsproces is om samen met overheden, organisaties en inwoners maatregelen af te spreken en uit te voeren.
Alle partners brengen samen met experts de belangen, kansen en knelpunten in kaart. Vervolgens wordt gezamenlijk naar oplossingen gezocht. Hier hebben we ook hulp van grondeigenaren, ondernemers, recreanten en inwoners bij nodig. Daarom is er een participatieproces gestart. Verschillende mensen hebben verschillende belangen. Ook hebben niet alle opgaven dezelfde status. Voor alle thema's is ruimte nodig en niet alles kan. Daarom moeten er keuzes gemaakt worden. Wie welke keuze moet maken is nog niet bekend. Hierover worden afspraken gemaakt in de stuurgroep. Deze bestaat uit vertegenwoordigers van Provincie Noord-Holland, gemeenten, het hoogheemraadschap, natuurorganisaties en LTO-Noord.
1: Informatie per thema verzamelen
In deze stap verzamelen we informatie op bijeenkomsten en via deze website. Hiermee worden vijf themakaarten gemaakt.
2: Met elkaar in gesprek over de resultaten van de eerste ronde én thema’s combineren
In deze stap bespreken we met experts de opgehaalde informatie van ronde 1 over de vijf thema’s. Ontbreekt er nog informatie? Welke kansen en knelpunten zien zij? In deze stap kan je online reageren.
3: Inzichtelijk maken van mogelijke ontwikkelrichtingen
Op basis van de uitkomsten in de tweede stap worden mogelijke ontwikkelrichtingen opgesteld. Welke keuzes moeten bestuurders maken en wat zijn hiervan de gevolgen? Voordat hierover advies wordt uitgebracht bespreken we dit opnieuw met experts en organiseren we hierover bijeenkomsten voor inwoners en organisaties in het gebied. Uiteraard kun je dan ook online reageren.
4: Voorleggen aan bestuur
In stap vier leggen we alle informatie en het adviesrapport met de themakaarten voor aan de bestuurders. Deze informatie vormt de basis voor volgende stappen binnen het gebiedsproces.
Dit hangt af van het vraagstuk. Bij vraagstukken over natuur is vaak de provincie het bevoegde gezag, of zelfs het rijk of de Europese Unie. Voor andere onderwerpen kan het ook het waterschap of de gemeente zijn. Per vraagstuk maken we bij de kaarten duidelijk wie erover gaat.
De beslissingen worden genomen door bestuurders. Afhankelijk van het thema is dit aan Gedeputeerde Staten, Provinciale Staten, colleges van burgemeester & wethouders, gemeenteraden of het Algemene of Dagelijkse Bestuur van het Waterschap.
Er komen verschillende uitdagingen op de binnenduinrand in Zuid-Kennemerland af. Zo verandert het klimaat, staat de natuur in de duinen onder druk en neemt het aantal inwoners en bezoekers toe. Om de binnenduinrand duurzaam, vitaal en aantrekkelijk te houden voor de toekomst, moeten er keuzes gemaakt worden. Want niet alles past overal. We vragen inwoners, ondernemers, organisaties, bezoekers, recreanten en overige belanghebbenden in Zuid-Kennemerland ons te helpen met het leggen van deze puzzel.
Alle inbreng wordt verzameld en draagt bij aan de kaarten en het adviesrapport. In een overzicht op deze website maken we duidelijk wat met elke reactie is gedaan.
Het kan goed zijn dat je je zorgen maakt over wat dit voor jou gaat betekenen. Deel je zorgen met ons op één van de bijeenkomsten of op deze website Je kan ook met procesmanager Marijn Bosin gesprek. Neem daarvoor contact op via zkl-am.pplg@noord-holland.nl.
In het rapport Ons perspectief worden twaalf gebieden aangedragen in de gemeenten Bloemendaal, Velsen, Heemstede en Haarlemmermeer als alternatieve locaties voor NNN in de binnenduinrand. Twee gebieden in Heemstede zijn al als ‘natuur’ bestemd. Verder gaat het om tien gebieden die over het algemeen de functies ‘groen’ of ‘recreatie’ hebben, waarvan acht in de Haarlemmermeer.
De aangedragen gebieden sluiten qua omvang en samenhang met andere delen van het NNN-netwerk goed aan op het provinciale NNN-beleid. We zien dus dat op deze locaties ook natuur gerealiseerd kan worden. Echter ligt de focus dan op het versterken van de natuurverbindingen en niet op het versterken van zeldzame natuur in de binnenduinrand. Hierdoor draagt het niet bij aan het versterken van het Natura 2000-gebied en de doelen van de wettelijke Vogel- en Habitatrichtlijn. Omdat voor het behoud van biodiversiteit het realiseren van zeldzame natuur een essentiële voorwaarde is, heeft het realiseren van het NNN in de binnenduinrand de voorkeur boven de voorgestelde locaties die vooral de natuurverbindingen versterken.
Bovenstaande conclusie is destijds naar de initiatiefnemers gecommuniceerd. Wel is toen ook aangegeven dat meer onderzoek nodig was naar de (grond)watersystemen op perceelsniveau. Daarom heeft de provincie samen met verschillende belanghebbende partijen in de binnenduinrand een hydrologische studie gedaan. Op basis hiervan is een ecologische verkenning geschreven waarin staat welk type natuur in welke deel van de binnenduinrand mogelijk is.
Het is nuttig om met deze ecologische verkenning nogmaals naar de aangedragen percelen uit Ons Perspectief te kijken. Dat wordt gedaan in het participatieproces. Hierin worden eerst opgaven en wensen in het gebied geïnventariseerd. Vervolgens worden en aan de hand van kansen, dilemma’s en consequenties voor het huidige gebruik mogelijke ontwikkelrichtingen bepaald. Op basis hiervan zullen bestuurders van provincie, gemeenten en het waterschap besluiten voor welke gebieden plannen en maatregelen uitgewerkt gaan worden en eventuele aanpassingen van de begrenzing van het NNN.
In grote delen van Nederland is door de overvloedige regenval langs hogere zandgronden, zoals de duinen, de grondwaterstand erg hoog. Dat kan lokaal veel overlast geven, onder andere voor huiseigenaren. We zien dat dit één van de problemen is die speelt in delen van de binnenduinrand in Zuid-Kennemerland, met name in de bebouwde kom. Een oplossing op korte termijn is niet makkelijk. Gemeente, waterschap, provincie en terreinbeherende organisaties zijn met elkaar in gesprek om te kijken welke maatregelen kunnen helpen het risico op overlast te verminderen. De gemeente Bloemendaal heeft er een loket voor ingericht: Grondwater | Gemeente Bloemendaal
Voor het gebied Manpad zijn plannen voor de ontwikkeling van woningen in een groene omgeving, met aandacht voor diverse doelgroepen. Er is bezorgdheid over de impact op de natuur, en er wordt gepleit voor een zorgvuldige afweging tussen woningbouw en natuurbehoud. De gemeente Heemstede heeft een participatieproces opgestart om de plannen met belanghebbenden te bespreken. Er zijn informatieavonden gehouden en er is inspraak mogelijk over aspecten zoals de locatie, hoogte en vorm van de woningen, de inrichting van het parkeren en de openbare ruimte. In de plannen is aandacht voor diverse doelgroepen: van de 149 woningen wordt 30% sociale woningbouw en 36% betaalbaar. Provincie Noord-Holland is in gesprek met de gemeente over het ontwerp en de aansluiting (verkeer en natuur/ecologie) op omliggende gebieden. De potentie en optimale invulling van de natuur, landschap en ecologie is voor de gemeente een belangrijke pijler voor de belangenafweging over de uiteindelijke invulling van het gebied. Deze aspecten krijgen in het participatieproces en bestuurlijke besluitvorming veel aandacht.
De stikstofreductie in Zuid-Kennemerland past in een bredere aanpak om natuurdoelen te halen, gecombineerd met natuurherstelmaatregelen, de ontwikkeling van natuurgebieden- en verbindingen en verbetering van de waterkwaliteit. De natuur in de duinen staat onder druk. Grote delen van de duinen zijn gevoelig voor stikstofdepositie, wat bodemverzuring en biodiversiteitsverlies kan veroorzaken. Maatregelen van verschillende sectoren moeten helpen de stikstofemissie te verminderen.
Er wordt vaak gewezen op vliegverkeer en industrie als stikstofbronnen, boven landbouw of weilanden. Landelijk komt 52% van de depositie uit landbouw (vooral ammoniak), 15% uit verkeer en industrie (vooral stikstofoxiden), en 29% uit het buitenland. In Zuid-Kennemerland spelen lokale bronnen zoals Tata Steel en Schiphol een rol, al varieert hun impact per locatie. Stikstofneerslag komt ook vanuit huishoudens, bijvoorbeeld via energieverbruik, en wordt aangepakt via gasloze nieuwbouw en andere energiemaatregelen. Weilanden zelf stoten geen stikstof uit, maar mest van vee kan bijdragen. Het probleem is een combinatie van bronnen, zowel lokaal als daarbuiten. Bron: Aerius Monitor
Vragen over de verdeling van stikstofmaatregelen richten zich vaak op de balans tussen landbouw, industrie zoals Tata Steel, luchtvaart zoals Schiphol, en andere activiteiten zoals het circuit van Zandvoort. Landelijk komt 52% van de stikstofdepositie uit de landbouw, wat leidt tot maatregelen zoals vee vermindering en aanpassingen in mestbeheer en van stalsystemen. Tata Steel, met 1% van de nationale emissies, werkt aan een reductie van 30% tegen 2025 via technieken zoals De NOx-installaties. Schiphol streeft naar nul emissies in 2030, onder meer met elektrisch grondverkeer. Daarnaast worden activiteiten zoals autogebruik beperkt door duurzaam vervoer te stimuleren. Elke sector draagt bij aan reductie, afhankelijk van de aard van de emissies.
Paarden produceren stikstof via ammoniak in de mest. Een paard stoot ongeveer ruim 60% minder ammoniak uit dan een koe (bron: AERIUS) en landelijk gezien is de emissie van de sector vergeleken met melkveehouderij beperkt. Lokaal kunnen paardenhouderijen een negatief effect hebben op de natuur in de omgeving. Wat voor maatregelen dit zijn hangt af van de lokale situatie en het bedrijf.
Paarden produceren stikstof via ammoniak in de mest. Een paard stoot ongeveer ruim 60% minder ammoniak uit dan een koe (bron: AERIUS) en landelijk gezien is de emissie van de sector vergeleken met melkveehouderij beperkt. Lokaal kunnen paardenhouderijen een negatief effect hebben op de natuur in de omgeving. Wat voor maatregelen dit zijn hangt af van de lokale situatie en het bedrijf.
Er is geen specifiek beleid bij provincie en gemeenten voor ruiterpaden. Terreinbeheerders zoals Natuurmonumenten of PWN zijn verantwoordelijk voor het beheer en onderhoud in hun gebieden. In de duinen van Zuid-Kennemerland, waar ecologische waarden hoog zijn, wordt uitbreiding van paden afgewogen tegen de draagkracht van de natuur. Samenwerking tussen terreinbeheerders en lokale overheden richt zich vooral op het behouden van bestaande netwerken, waarbij grootschalige aanpassingen vooralsnog beperkt lijken.
Samen met ondernemers werken we aan plannen met goede balans tussen de opgaven waar het gebied voor staat en waar nodig een aangepaste bedrijfsvoering. Dierenwelzijn speelt hier een belangrijk rol in. Samen met de sector en ondernemers bekijken we hoe experts hierbij betrokken kunnen worden.
Met ‘gezond maken’ van de natuur wordt bedoeld dat de biodiversiteit wordt hersteld en natuurlijke systemen robuust worden gemaakt, zodat ze bestand zijn tegen (beperkte) aantasting door bijvoorbeeld lucht- en bodemvervuiling of verstedelijking. Hiervoor is het belangrijk dat er voldoende ruimte is voor natuur en dat er voldoende natuur van goede kwaliteit is.
Hoe het precies met de natuur gaat, is terug te vinden in verschillende analyses. Zo zijn er bijvoorbeeld:
Natuurdoelanalyses https://www.noord-holland.nl/Onderwerpen/Landelijk_gebied/Natuurdoelanalyses
Living Planet Index https://www.clo.nl/indicatoren/nl156910-living-planet-index-nederland-1990-2023
Verschillende natuurindicatoren https://www.clo.nl/
De Atlas Natuurlijk Kapitaal https://www.atlasnatuurlijkkapitaal.nl/
Een belangrijke plek waar de gegevens worden opgeslagen is de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF). Gegevens van vegetatie- en habitattypenkarteringen zijn te vinden op www.ndvh.nl . De provincie Noord-Holland stelt ook gegevens beschikbaar. Zo zijn hier alle weidevogeltellingen vanaf 1990 te vinden. Tot slot zijn er ook gegevens die via soortenorganisaties worden verzameld en daar worden opgeslagen. Denk dan aan bijvoorbeeld gegevens van de Vlinderstichting, SOVON en RAVON. Dit gaat vaak om gegevens die door vrijwilligers zijn verzameld.
Het ‘vernatten’ van gronden betekent simpel gezegd; het een tijdelijke of permanente verhoging van het waterpeil. Dit kan helpen om te zorgen dat ook in droge periodes voldoende water beschikbaar is voor (drink)water, landbouw en natuur. Een meer vochtige bodem is een geschikte leefomgeving voor vochtige graslanden, zoals kruiden- en faunarijke graslanden of vochtige hooilanden. Deze graslanden kunnen een belangrijke bijdragen leveren aan het verbeteren van de biodiversiteit.
Aanpassingen in het waterpeil vragen echter altijd om grote zorgvuldigheid. Voorkomen moet worden dat dit leidt tot overlast in de directe omgeving en er moeten duidelijke afspraken zijn over de gevolgen voor het landgebruik. Binnen het gebiedsproces bespreken experts van het waterschap, de provincie, gemeenten, natuur- en brancheorganisaties met grondeigenaren wat de mogelijkheden zijn en hoe het optreden van risico’s kan worden voorkomen.
Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is een belangrijk middel om de natuur in ons land te beschermen en te versterken. Voor de monitoring hiervan zijn landelijke afspraken gemaakt, zoals vastgelegd in programma’s zoals het Subsidiestelsel Natuur en Landschp (SNL) en Netwerk Ecologische Monitoring (NEM). Hiermee wordt de natuurkwaliteit structureel in kaart gebracht. Handhaving kent meerdere kanten: het NNN is ruimtelijk beschermd, wat betekent dat ontwikkelingen die de natuur schaden niet zijn toegestaan. Terreineigenaren die subsidie ontvangen voor beheer moeten werken volgens een kwaliteitshandboek en voeren jaarlijks gesprekken met de provincie over hun aanpak. Daarnaast zijn zij zelf verantwoordelijk voor het in goede banen leiden van recreatief gebruik op hun terrein.
Meer informatie over de monitoring is te vinden op https://www.bij12.nl/onderwerp/natuurinformatie/monitoring-en-natuurinformatie/
De focus is output gestuurd. Dat wil zeggen dat grondeigenaren in het Natuurnetwerk Nederland verplicht zijn om een beheertype/beheerrichtlijn (kwaliteitsafspraken voor het beheer van de grond) in stand te houden. Er gelden geen afspraken over mest. Voor veel beheertypen/beheerrichtlijnen geldt wel dat mest de doelen schaadt, maar het Subsidiestelsel Natuur- en Landschapsbeheer (SNL) gaat uit van vertrouwen en de kundigheid van de beheerder. Mestgebruik is in veel gevallen bepalend voor het natuurresultaat.
Voor de realisatie van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is ruimte nodig. Het NNN is een netwerk van beschermde natuurgebieden dat essentieel is voor het behoud van biodiversiteit en het functioneren van ecosystemen in het land. Vaak worden gebieden die goede kansen bieden om bijzondere natuur te ontwikkelen agrarisch gebruikt. Of dit samen kan gaan is maatwerk en hangt van meerdere factoren af, zoals het beoogde natuurtype en de mogelijkheden en bereidheid om de bedrijfsvoering aan te passen.
Natuurinclusieve landbouw is een manier van landbouw waarbij natuur en biodiversiteit centraal staan in de bedrijfsvoering. Het doel is om landbouw te combineren met de zorg voor natuur, bodem, klimaat en landschap, zodat zowel het boerenbedrijf als de natuur profiteren. Het doel is dus om landbouw duurzamer te maken en tegelijkertijd natuur te ondersteunen.
Natuurnetwerk Nederland (NNN) is een netwerk van beschermde natuurgebieden in Nederland, dat bestaat uit aaneengeschakelde natuurgebieden. Voor het NNN staat het beschermen en verbeteren van de natuur en de biodiversiteit centraal. Het gaat dus verder dan het ondersteunen van natuurontwikkeling zoals bij natuurinclusieve landbouw. Het Natuurnetwerk heeft als doel om een ecologisch robuust en toekomstbestendig netwerk van natuur te creëren. Het is een onderdeel van het Nederlandse natuurbeschermingsbeleid.
Damherten helpen het duinlandschap open te houden, wat goed is voor sommige planten en dieren. Maar te veel herten kunnen door overbegrazing en vertrapping ook schade aanrichten aan kwetsbare natuur, zoals bloemen en insecten. Dit dilemma wordt herkend.
Met name in de Amsterdamse Waterleidingduinen leven nu teveel damherten. Daarom zijn er afspraken om het aantal herten terug te dringen. Meer informatie hierover vindt u op de website van Waternet.
Natuurinclusieve landbouw is een manier van landbouw waarbij natuur en biodiversiteit centraal staan in de bedrijfsvoering. Het doel is om landbouw te combineren met de zorg voor natuur, bodem, klimaat en landschap, zodat zowel het boerenbedrijf als de natuur profiteren. Het doel is dus om landbouw duurzamer te maken en tegelijkertijd natuur te ondersteunen.
Natuurnetwerk Nederland (NNN) is een netwerk van beschermde natuurgebieden in Nederland, dat bestaat uit aaneengeschakelde natuurgebieden. Voor het NNN staat het beschermen en verbeteren van de natuur en de biodiversiteit centraal. Het gaat dus verder dan het ondersteunen van natuurontwikkeling zoals bij natuurinclusieve landbouw. Het Natuurnetwerk heeft als doel om een ecologisch robuust en toekomstbestendig netwerk van natuur te creëren. Het is een onderdeel van het Nederlandse natuurbeschermingsbeleid.
Dat is nog niet bekend. Delen van de binnenduinrand van Zuid-Kennemerland zijn onderdeel van het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Het doel is om hier natuur te ontwikkelen. Het subsidiestelsel voor agrarisch natuurbeheer (ANLb) is hier niet geschikt voor. In het gebiedsproces onderzoeken provincie, gemeenten, het waterschap, natuurorganisaties en de LTO in welke gebieden bijzondere natuur kan worden ontwikkeld en in welke niet. Mogelijk leidt dit tot aanpassingen van de grenzen van het NNN. Dan zal ook bekeken worden wat de mogelijkheden zijn voor agrarisch natuurbeheer.
In een gebied waar landbouw, natuur, recreatie en wonen dicht bij elkaar liggen, groeit de aandacht voor duurzame alternatieven. Initiatieven zoals Boer & Business in Balans en Platform Groen Kapitaal laten zien hoe natuurinclusieve landbouw vorm kan krijgen. Dit vraagt om een geleidelijke transitie, ondersteund door provinciaal beleid en samenwerking met ondernemers, waarbij de lange termijn voorop staat.
In een gebied waar landbouw, natuur, recreatie en wonen dicht bij elkaar liggen, groeit de aandacht voor duurzame alternatieven. Initiatieven zoals Boer & Business in Balans en Platform Groen Kapitaal laten zien hoe natuurinclusieve landbouw vorm kan krijgen. Dit vraagt om een geleidelijke transitie, ondersteund door provinciaal beleid en samenwerking met ondernemers, waarbij de lange termijn voorop staat.
Openbare ruimte is in principe vrij toegankelijk, maar gemeenten en beheerders kunnen via verordeningen of vergunningen voorwaarden stellen.
Er is geen specifiek beleid bij provincie en gemeenten voor ruiterpaden. Terreinbeheerders zoals Natuurmonumenten of PWN zijn verantwoordelijk voor het beheer en onderhoud in hun gebieden. In de duinen van Zuid-Kennemerland, waar ecologische waarden hoog zijn, wordt uitbreiding van paden afgewogen tegen de draagkracht van de natuur. Samenwerking tussen terreinbeheerders en lokale overheden richt zich vooral op het behouden van bestaande netwerken, waarbij grootschalige aanpassingen vooralsnog beperkt lijken.
Militaire objecten, zoals bunkers uit de Atlantikwall, hebben cultuurhistorische waarde en kunnen passen binnen de beschermde landschappen, vooral als ze het historische verhaal versterken. Hoewel het BPL (bijzonder provinciaal landschap) zich richt op bredere landschapsstructuren en bunkers niet expliciet als kernkwaliteit benoemt, zien we dat ze lokaal steeds meer erkenning krijgen. Gemeente Bloemendaal heeft bijvoorbeeld al bunkers en -complexen als gemeentelijk monument aangewezen. De provincie overweegt dit jaar de Leidraad Landschap en Cultuurhistorie hierop aan te scherpen, mogelijk met meer aandacht voor het binnenduingebied. Het belang van het behoud van deze bunkers hangt af van hun locatie, de cultuurhistorische betekenis en wordt afgewogen tegen andere belangen, zoals natuur of mobiliteit.
De provincie Noord-Holland biedt hiervoor verschillende mogelijkheden, zoals subsidies via Investeringen voor landschapselementen, de SKNL-subsidie en de subsidie Restauratie Rijksmonumenten Noord-Holland. Deze programma’s ondersteunen natuur- en landschapsbeheer, ook voor landgoedeigenaren om hun historische gronden en de daarop aangewezen rijksmonumenten te kunnen behouden. Wie verantwoordelijk is voor het beheer van watergangen verschilt per situatie. Een kadastraal eigenaar kan op de Legger oppervlaktewateren - Hoogheemraadschap van Rijnland terugvinden of en voor welke beheer de eigenaar zelf verantwoordelijk is.
De geschiedenis van Zuid-Kennemerland, zoals de restanten van gietsloten van blekerijen en archeologische sporen, vormt een belangrijk onderdeel van het gebied. Deze elementen, die teruggaan tot de bleekindustrie van de 16e tot 19e eeuw en andere historische perioden, vertellen iets unieks over de regio. Ze zijn relevant voor zowel de ruimtelijke planning – het gebiedsproces – als het BL (Beschermd landschap), dat de cultuurhistorische waarde van het landschap in de aangewezen BL-gebieden beschermt (Subparagraaf 6.2.5.2 Beschermd landschap OVNH2022).
Het uitgangspunt van de provincie is om erfgoedinclusief te ontwikkelen. Het betekent dat bij het
plannen en uitvoeren van nieuwe projecten, zoals woningbouw of gebiedsontwikkeling, het erfgoed
– bijvoorbeeld monumenten, oude gebouwen, historische landschapselementen of -structuren –
zoveel mogelijk behouden blijft en op een respectvolle manier wordt geïntegreerd. Hiertoe dient
ook de provinciale Leidraad Landschap en Cultuurhistorie bij ruimtelijke ontwikkelingen betrokken
te worden.
Gemeenten moeten daarnaast ook volgens de Omgevingswet en Artikel 5.130 Besluit kwaliteit
leefomgeving cultuurhistorisch erfgoed zelf goed in kaart brengen en met het oog op het belang
van het behoud, regels te stellen ter bescherming van daarvoor in aanmerking komend cultureel
erfgoed.
De eigenaar van camping Vogelenzang in Bloemendaal heeft plannen voor de bouw van vakantievilla’s. De gemeente Bloemendaal beoordeelt, op basis van het omgevingsplan, wat volgens hen op de locatie is toegestaan.
De Vogelenzangseweg bevindt zich in de gemeente Bloemendaal. Het beheer valt deels onder de gemeente en deels (buiten de bebouwde kom) onder de provincie. De provincie Noord-Holland werkt aan studies voor mogelijke oplossingen voor de problematiek. Het is een drukke weg, en er zijn niet veel alternatieven.
Er zijn verschillende openbaarvervoerslijnen naar de binnenduinrand. Buslijn 9 en buurtbus 481 zijn momenteel minder frequent. Wel zijn er frequentere buslijnen, die delen van de binnenduinrand aandoen, zoals de bussen naar Bloemendaal-Zandvoort (80 en 81) en IJmuiden (bus 385). Daarnaast zijn er verschillende treindiensten richting de binnenduinrand (trein naar Zandvoort, via Overveen en de sprinter langs de stations Bloemendaal, santpoort Zuid, Santpoort Noord en Driehuis). Tussen Haarlem en Hillegom rijdt een reguliere buslijn 50 en er is ook een rechtstreekse treinverbinding tussen Haarlem en Hillegom. Er zijn hier geen uitbreidingen gepland. Wel wordt verkend hoe de bereikbaarheid van de kust kan worden verbeterd. Meer informatie hierover vind je op www.samenslimnaarzee.nl.
Het gebiedsproces richt zich met name op de opgaven voor het landelijk gebied, waarbij verkeersveiligheid niet onder de hoofdopgaven valt. Uitgaande dat uw vraag het fietsknelpunt Bekslaan – Leidsevaart betreft, verwijzen wij u graag naar de (project)website van gemeente Bloemendaal Projecten | Gemeente Bloemendaal
Dit hangt ervan af wie er volgens de omgevingsverordening het nautisch beheer toegewezen heeft gekregen. Hier staat in wie voor welke vaarweg verantwoordelijk is voor de handhaving van vaarsnelheden. Handhaving van geluidsoverlast of bijvoorbeeld stankoverlast valt onder de gemeenten.
Het zoekgebied langs deze provinciale weg strekt zich uit over meerdere gemeenten. Maar dat wil niet zeggen dat zonne-energie overal haalbaar of wenselijk is. Er zijn beperkingen, zoals de aanwezigheid van natuur en de waarde van het landschap, die een grote rol spelen. Gemeente Haarlem heeft in een eerder stadium op twee momenten met omliggende gemeenten en de provincie gekeken naar de mogelijkheden voor zonne-energie langs de N208. In beide momenten was de conclusie dat opwek langs N208 uiterst complex zal zijn en dat een rendabele businesscase haast onmogelijk zal zijn. Gemeente Haarlem is daarom ook niet voornemens om een initiatief te starten voor zonne-energie langs N208. Als er in de toekomst een voorstel komt, beslissen de gemeenten – in overleg met de omgeving – wat er wel of niet doorgaat.
Dit is nog niet concreet is onderzocht. De provincie ziet mogelijkheden om infrastructuur, zoals spoorlijnen, in te zetten voor duurzame energie – denk aan zonnepanelen langs de rails. Dit gebeurt elders in Nederland al op kleine schaal. Toch zijn er in dit gebied belangrijke aandachtspunten. Het spoor ligt tussen beschermde natuurgebieden, zoals duinen die vallen onder het Natuurnetwerk Nederland (NNN) en Natura 2000. Daarnaast is het kustlandschap van Zandvoort waardevol voor recreatie en natuurbehoud. De gemeente Zandvoort zou, samen met Prorail, hierover het voortouw moeten nemen als er plannen komen. Voorlopig is het een idee dat vraagt om meer studie, waarbij gekeken wordt hoe energieopwekking past bij de natuur en het toeristische karakter van de omgeving.
Duinvliet is nu een plek waar loslopende honden zijn toegestaan, zij het met gedragsregels. Vanwege de Natura 2000-status wordt verkend of het mogelijk is om in de toekomst alleen aangelijnde honden toe te laten en hiervoor in het Westelijke Tuinbouwgebied een alternatieve plek voor te bieden.
Staatsbosbeheer kiest ervoor om geen extra prullenbakken te plaatsen, gebaseerd op de gedachte dat bezoekers hun afval meenemen. Ervaringen elders tonen aan dat bakken zwerfafval de overlast niet altijd verminderen. Op strategische plekken, zoals uitgangen, beheren gemeenten al enkele bakken, maar uitbreiding staat niet gepland.
De opgaven voor de binnenduinrand zijn onderdeel van het Provinciaal Programma Landelijk Gebied (PPLG). In het PPLG staan de doelen voor het mooi, leefbaar en gezond houden van het landelijk gebied in Noord-Holland. Het PPLG is gebaseerd op het Nationaal Programma Landelijk gebied (NPLG). Dit programma is in september 2024 door het huidige kabinet geschrapt.
Doordat het kabinet het Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG) heeft geschrapt zijn er zijn
minder financiële middelen bij de provincie beschikbaar voor de uitvoering van het Provinciaal Programma Landelijk Gebied (PPLG). De komende tijd bepaalt provincie Noord-Holland hoe er meer geld vrijgemaakt kan worden voor het halen van de doelen van gebiedsprocesen van het PPLG.
Zuid-Kennemerland is één van de gebiedsprocessen van het PPLG waarvoor de provincie de aankomende maanden actief op zoek gaat naar extra geld. De doelen op de lange termijn om de biodiversiteit te verbeteren, het watersysteem te verduurzamen, een waardevol landschap te creëren, de recreatiemogelijkheden te verbeteren en om de landbouw te verduurzamen blijven overeind. Echter, het zal langer duren om deze doelen te realiseren en de aanpak kan wijzigen.
Binnen het gebiedsproces gaat de provincie daarom met belanghebbenden in gesprek over welke projecten in de binnenduinrand kunnen doorgaan en welke later starten. De uitkomsten van de lopende onderzoeken én de input van de participatiebijeenkomsten vormen essentiële informatie om deze vraag te beantwoorden. De onderzoeken en het participatietraject zullen dan ook worden afgerond.